De redding

Amper bijgekomen van de vakantie, zaten we klaar voor de TV, allemaal met een lichte blos, maar met een zekere trots. Eén van ons kwam in DagDag aan de talkshowtafel. Onze held Ireen hadden we geadviseerd over kleding, haar, over wat hoorde en wat niet en, blij dat we zelf niet hoefden verschijnen, haar onzekerheid en twijfel weggehoond. We meenden dat ze rustig onze namen kon noemen, immers we waren er, waren getuige toen ze uit was gestapt en Sally en ons huilend in de armen viel.
We hadden haar zitten stangen, haar bang gemaakt, dat een glas over de tafel zou gaan, ze te laat zou komen, een black out kreeg.
Haar ouders zagen we al, die zaten schuin achter Ireen op de tweede rij.
Na de vooruitblik, inleidende fragmenten, eindeloos geëmmer over de financiële onderbouwing van een museumrenovatie door een Amsterdamse wethouder die naast Ireen aan tafel zat, een politieke kwestie die ons al helemaal boeide, was het eindelijk haar beurt.
Al zei niemand iets, we maanden elkaar tot stilte: ‘Stil nou. Luister, hou je kop!’
De presentator, de vlotte Justin van Dam, hoorde zichzelf graag, gaf in zijn aankondiging de helft van Ireens verhaal vast weg, over haar ski-ervaring en hoe het zo hopeloos mis ging: ’Ondanks je jarenlange skiervaring, kwam je buiten de piste, stortte naar beneden en bungelde aan dat toevallige boompje dat je in je val nog net kon vastgrijpen?’
Ireen knikte: ‘Zo was het. Ik hing letterlijk tussen hemel en aarde. Een grijze lucht boven mij en een besneeuwd dat onder mij’.
‘Wat een bizar toeval, zo’n boompje. Wat ging er door je heen?’ De ogen van alle tafelgasten richtten zich op haar, nieuwsgierig en vol ontzetting. Trots constateerden we op het gezicht van Ireen alleen rust, geen spoortje nervositeit.
’Ik dacht, ik zeg het maar eerlijk, ik dacht dat ik dood ging’, zei ze zacht.
‘Maar Ireen, het liep goed af. Je ging niet dood, sterker, je zit hier bij ons aan tafel’.
Ireen knikte weer. Justin haalde nu het dagblad tevoorschijn met op de voorpagina het artikel over de redding en las de kop: ‘Hulpverleners snel ter plaatse’. Iemand had een filmpje gemaakt en even verscheen de heli in het dal, de hulpverleners en toeschouwers.
‘Dat moet een belevenis voor je zijn geweest, Ireen. Kun je ons meenemen en iets vertellen over wat er door je heen ging en hoe die redding in z’n werk ging?’, vroeg Justin.
We bogen naar het TV-scherm of gingen staan om niets van haar woorden te missen. De camera zoomde in op Ireen die heel rustig eerst een slokje nam uit het waterglas.
‘Toen ik daar hing en dacht dat ik dood ging, toen kon ik eigenlijk niets anders doen dan bidden?’
‘Bidden?’, vroegen Justin en wij in koor.
‘Ja bidden’.
‘Dus je was bungelend aan het bidden geslagen?’, lacht Justin.
Nu stonden we allemaal in een halve cirkel voor het scherm ongelovig naar Ireen te staren.
‘Ik bad daar inderdaad, bungelend, om hulp en voor ik mijn ogen kon openen hoorde en voelde ik de redingsheli dichtbij’, ging ze verder.
‘Je gebed werd verhoord?’, vroeg Justin grappend en pakte de krant er bij. ‘In het artikel lees ik er niets over?’
‘Zouden mensen het geloven?’, vroeg Ireen.
De gasten aan tafel raakten met elkaar in gesprek. De wethouder sprak van toeval, de cabaretier en de politicus van een goede grap.
‘Het zou kunnen, Ireen. Het zou kunnen’, zei Justin.
We staarden wat beduusd naar Ireen. De camera zwenkte van haar, naar haar ouders. ‘Het is zoals Ireen het heeft ervaren’, zei haar vader. De camera was weer bij Justin die Ireen bedankte voor haar uitzonderlijk boeiende verhaal. De rust aan de tafel keerde weer.

‘Wisten jullie van dit, van dat bidden enzo? Heeft ze het jou verteld?’, vroegen we en keken naar Sally die langzaam haar hoofd heen en weer bewoog en zonder iets te zien glazig naar het scherm bleef kijken.

Volgende
Volgende

Op het leven