Nieuwsbrief

2 maart 2026

Dat is al heel wat.

Mijn manuscript ligt ver weg ergens bovenop een grote ongeordende stapel naast een een conservenblik met pennen en scharen. Er liggen onderzetters met bruine kringen. Een iPhone licht op, een blok zoet gekleurde post-its op een stapel boeken naast het beeldscherm. Het is een oud houten bureau. Het staat, zo stel ik me voor, voor een raam met uitzicht op eindeloze akkers, rechte wegen en gebogen boomrijen. De geoefende pen van de schrijver-coach onderstreept, haalt door, zet met groot gemak haken en schrijft in haar kantlijn. Slordig geschreven kleine woorden zijn het, streep eronder, uitroepteken, vraagteken, kruis. Zijn boogpijlen verwijzen naar langere opmerkingen ondergaande bladzijde.
Ik verbeeld me hoe mijn met zorg gecomponeerde zinnen aan gruzelementen schiet, ze schrapt of halveert ze.

Tot vanmorgen. Hij laat me weten: ‘Nog 50 bladzijden. Maar ik kan je nu al vertellen dat ik het erg graag lees, je goed schrijft en je erin slaagt het boeiend te houden. Dat is al heel wat’.