De Eva

Een klein fragment uit mijn roman:

Haar leven begon pas toen ze, weggelopen van huis, die zaterdag bij hem in het afgesloten deel van zijn garage was getrokken. Ze is, zoals ze zo vaak heeft verteld, gewoon gebleven. Het was goed want hij vond het goed, kuste haar twijfel weg en stond voor haar met zijn verleidelijke glimlach, twee glazen en een fles bubbelwijn. Op de fiets was opa haar komen halen, had haar gedwongen mee te gaan. Ze was tegenover hem gaan staan, had hem strak aangekeken toen hij een stap naar voren deed en zijn tirade besloot met: ’Verduiveld hoerenjong’. De breuk met haar ouders heelde niet. Na alle opoffering die ze voor haar ouders aan de dag had gelegd, was dit te veel. Hij heeft het haar nooit  vergeven.

Aanvankelijk doet ze alleen wat kleine klusjes als aanvegen en opruimen. Later bindt ze haar blonde haren bij elkaar en werkt ze als een kerel met vader en later met de andere jongens mee met schuren en spuiten. Hij wil dat niet langer. Vanaf dan haalt en brengt ze auto’s. Ze is jong en mooi en geeft zich vol overgave aan hem. Ze danst, vrijt, drinkt, zingt en zit eindeloos veel kilometers stralend naast hem.