Tuinhandschoenen
Als je ogen wat beter gewend zijn aan het schemer dan zie je links de spullen die ze gebruikte, als altijd keurig geordend. Niet iedere dag werkte ze aan haar tuin. Zo ongeveer vanaf maart moet je rekenen. Kijk, de spinnen hebben een web geweven en alles verbonden. Ach hier, hier liggen haar handschoenen. Nooit, niet één keer zag ik haar werken zonder haar kleurige rode handschoenen. Altijd rode. Werkloos liggen ze terzijde van wat nu dode spullen zijn.
Ik zei je toch dat ze ze daar heeft neergelegd. Het weer was goed, ze wilde morgen verdergaan. Er moest nog het een en ander verpoot, gescheurd, gesnoeid. ‘Morgen’, zei ze, ‘moet het maar gebeuren. Het is juist een goede tijd.
Alleen haar handschoenen bewaren de vorm van haar handen in zich dragen?