Mijn hand

Wie je bent, of je mooi of lelijk bent, dat kan me niet zoveel schelen. Als je maar bij me blijft, met me meegaat en voor me uitgaat, tast en voelt of de wereld deugt, of het gevaar niet loert, dat je hier of daar bittere kou voelt of juist warmte, me vertelt of het veilig voor me is.
Je mag je eigen weg soms gaan, je eigen deurbel vinden, je verhaal tikken, desnoods je ranke vingers om die van anderen slaan, hen je doorkliefde nagel tonen, al je ringen dragen als een majesteit, als je, als je maar van en bij mij blijft.

Vorige
Vorige

Straat

Volgende
Volgende

Spiegel